010 41 41 555 info@cocrotterdam.nl

Een ruime meerderheid van de jongeren in Nederland gelooft in gelijkwaardigheid van lhbti+ mensen. Toch heeft een forse groep moeite met zichtbaarheid van lhbti+. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (UvA) in opdracht van de regering.

COC maakt zich zorgen over de cijfers. De organisatie roept het nieuwe kabinet op om scholieren, leerkrachten en docenten meer ondersteuning te bieden om acceptatie te bevorderen. Want jong geleerd is oud gedaan.  

‘Jongeren hebben de toekomst’, aldus een COC-woordvoerder. ‘Wij willen een toekomst waarin iedereen zichtbaar en veilig zichzelf kan zijn. Van wie je ook houdt en wie je ook bent. Zonder zichtbaarheid geen acceptatie.’

Volgens het UvA-onderzoek staat een ruime meerderheid van bijna twee derde van de jongeren in beginsel positief tegenover lhbti+ mensen. Zo gelooft 59% in gelijkwaardigheid van lhbti+ personen, en vindt 65% dat mensen het recht hebben om zelf te bepalen op wie ze verliefd worden.

Tegelijkertijd is er ook een forse groep die een negatieve houding heeft. Ook is zorgwekkend dat veel jongeren er moeite mee hebben als lhbti+-zijn zichtbaar en concreet wordt. Een aanzienlijke groep jongeren lijkt te vinden dat je wel ‘lhbti+ mag zijn, maar niet lhbti+ mag doen’.

Zo staat 61 procent van de jongeren negatief tegenover genderinclusieve toiletten waarvan iedereen gebruik mag maken. Ook is 54% van de jongeren het eens met de stelling dat vanaf je geboorte vaststaat of je een jongen of meisje bent. Tenslotte staat 41% negatief tegenover Paarse Vrijdag, de dag waarop scholen vieren dat iedereen zichzelf mag zijn zonder gepest te worden.

Zoals ook bleek uit eerder onderzoek van de Universiteit van Amsterdam, zijn de acceptatiecijfers de laatste jaren stabiel. Er is geen sprake van een duidelijke toe- of afname van acceptatie onder jongeren.

Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat conservatisme, genderidentiteit en godsdienst de opvattingen van jongeren over lhbti+ kunnen beïnvloeden. Zo denken jongens over het algemeen negatiever over lhbti+ dan meisjes. Ook jongeren met conservatieve sociaal-maatschappelijke opvattingen denken meestal aanzienlijk negatiever over lhbti+.

Verder denken alle religieuze jongeren negatiever over lhbti+ kwesties dan niet-religieuze jongeren. Islamitische jongeren denken er nog wat negatiever over dan christelijke jongeren. Hun opvattingen lijken sterk op die van jongeren met conservatieve sociaal-maatschappelijke opvattingen. Jongeren met een migratieachtergrond denken overigens niet wezenlijk anders over lhbti+ zaken dan jongeren zonder migratieachtergrond.    

Wat de verklaring is dat een flinke groep jongeren negatief staat tegenover zichtbaarheid van lhbti+ is niet door de UvA onderzocht. Wel werd in het eerdere UvA-onderzoek verondersteld dat jongeren worden beïnvloed door de manosfeer, influencers als Andrew Tate en sociale media die een negatief beeld schetsen van lhbti+.

COC pleit, net als de onderzoekers, voor maatregelen om te zorgen dat iedereen op school en elders zichzelf kan zijn. Zo wil de organisatie dat scholieren, leerkrachten en docenten van de regering meer ondersteuning krijgen om respect en acceptatie op school te bevorderen, en om te zorgen dat ze onbezorgd activiteiten als Paarse Vrijdag kunnen organiseren.  

Ook zou het bevorderen van een klimaat waarbij iedereen veilig en zichtbaar zichzelf kan zijn een verplicht onderdeel moeten worden van docentenopleidingen. Hoewel scholen een wettelijke plicht hebben om te zorgen voor een veilige en discriminatievrije school, is dit nog geen onderdeel van het curriculum op veel docentenopleidingen. Daarbij moet er wat COC betreft in het bijzonder worden ingezet op maatwerk, zodat alle groepen jongeren worden bereikt.